Landelijke subsidieregelingen

Voor particulieren die zonnepanelen willen aanschaffen zijn er sinds 2011 geen landelijke subsidieregeling meer.

Lokale subsidies

Veel provincies en gemeenten hebben jaarlijks een eigen subsidieregeling voor duurzame energie. Of dat bij uw gemeente of provincie ook het geval is, kunt u navragen bij uw gemeente of kijken op de site www.EnergieSubsidieWijzer.nl. U kunt ook contact opnemen met een adviseur, die u met alle (locale) regelingen kan helpen.

Fiscaal voordeel

(Hypotheek-)renteaftrek
Ook als particulier kunt u in aanmerking komen voor fiscaal voordeel. Installatie van zonnepanelen of zonneboilers wordt gezien als verbetering van uw huis. Als u voor deze investering een lening afsluit, kunt u de rente dan ook opvoeren als aftrekpost. Ook kunt u in uw (bestaande of nieuwe) hypotheek extra ruimte opnemen voor zonnepanelen of een zonneboiler. De rente daarvan is ook aftrekbaar.

Onderdelen van een PV installatie

Omvormer

De spanning die een systeem zonnepanelen levert is in de meeste gevallen niet direct geschikt voor gebruik. Zonnepanelen worden daarom doorgaans gekoppeld aan het lichtnet, dat een constante wisselspanning van 230 volt levert. De zonnestroom vormt dus een aanvulling op de stroom uit het lichtnet en andersom.
Om op het lichtnet te worden aangesloten moet de gelijkspanning worden omgezet in een constante wisselspanning van 230 volt. Dit gebeurt in een omvormer. De omvormer zet de gelijkspanning eerst om in een sinusvormige¬†wisselspanning. Deze wisselspanning wordt vervolgens getransformeerd naar een spanning die iets boven de lokale netspanning ligt. Dit om te zorgen dat de zonnestroom daadwerkelijk in het net wordt ‚Äėteruggeleverd‚Äô.

Omvormercombinaties

Om de opgewekte energie van een systeem zonnepanelen goed om te vormen, moet de omvormer nauwkeurig zijn afgesteld op het te verwachten vermogen. Een omvormer heeft een vrij beperkt bereik waarbinnen de ingangsspanning en het ingangsvermogen moeten vallen. Voor elke hoeveelheid zonnepanelen moet dus een omvormer worden gevonden. Om die reden is het meestal niet mogelijk om een systeem op een later tijdstip uit te breiden met meer zonnepanelen zonder een nieuwe omvormer te kopen; het totale piekvermogen van het systeem wordt al snel te groot voor de bestaande omvormer.

Elk merk en type zonnepanelen heeft een eigen elektrotechnische karakteristiek. Deze zogenaamde IV-karakteristiek is meestal op het officiele datasheet van de fabrikant terug te vinden. Voor het rendement van het systeem als geheel is het belangrijk dat de karakteristieken van de zonnepanelen zoveel mogelijk gelijk zijn. In praktijk komt het erop neer dat het onverstandig is om panelen van verschillende merken of typen op één omvormer aan te sluiten.

De plaats van de omvormer

De omvormer hangt het best op een plek die niet al te stoffig is, en waar hij zijn warmte goed kwijt kan. Een krappe ongeventileerde meterkast of een hooischuur is daarom geen goede plek, een koele garage wel. Een zolder kan in de zomer soms erg warm worden. Een bijkomend voordeel van zonnepanelen is echter dat ze veel directe zoninstraling van het dak wegnemen, en daarmee de zolder verkoelen. In veel gevallen kan de omvormer dus ook op zolder komen te hangen.

Hoewel moderne omvormers heel stil werken, zit er nog steeds een kleine zoem in de modelen met een trafo. Met name op het midden van de dag als de zon op zijn hoogste punst staat, kan dat geluid enigszins hinderlijk zijn in een woon- of werkkamer. Het is daarom aan te raden een plek te vinden die niet dagelijks gebruikt wordt. Ook de slaapkamer is niet geschikt. Hoewel de omvormer ’s nachts natuurlijk niet werkt, kan hij in de zomer ’s ochtends wel vroeg aanslaan, wat een lichte slaper mogelijk kan wekken.

Elektriciteitskabels hebben altijd een bepaalde weerstand – hoe klein ook. Dit geldt voor de gelijkstroomkabels (de ‘DC-zijde’) evenzeer als voor de wisselstroomkabels (de ‘AC-zijde’). Het is dus zaak de kabelroute van de zonnepanelen via de omvormer naar de meterkast zo kort mogelijk te houden. Afhankelijk van het elektrotechnisch ontwerp van een systeem kan de spanning aan DC-zijde hoger zijn dan aan AC-zijde. Een hogere spanning zorgt voor minder spanningsverlies. Het kan dan verstandig zijn de omvormer dichter bij de meterkast te hangen, zodat de kabels met relatief lage spanning -en dus relatief veel verlies- het kortst zijn. Bij grotere afstanden is het beter bekabeling met een grotere diameter te gebruiken, om zo de weerstand tot een acceptabel niveau terug te brengen.

Aansluiting op het lichtnet

Bij het kiezen van een geschikte omvormer is het ook belangrijk rekening te houden met de bestaande elektrische aansluiting.¬†Omvormers die een¬†vermogen van meer dan 600 W kunnen leveren, moeten worden aangesloten op een aparte stroomgroep.¬†Omvormers tot circa 3000 W kunnen op een normale groep van 16A worden aangesloten. Voor grotere systemen is het nodig een zwaardere zekering te gebruiken, omdat anders op een mooie zomerse dag de ‚Äėstop doorslaat‚Äô. Dat is op zich niet gevaarlijk of verboden, maar het is jammer van de energie die niet wordt gebruikt totdat u de zekering weer omzet.

Als u een zwaardere zekering wilt gebruiken, is het belangrijk om te controleren of de hoofdzekering dit toelaat. De hoofdzekering moet altijd zwaarder zijn dan de zwaarste zekering aan afnemerzijde. Als de omvormer een zekering van 25A nodig heeft, moet de hoofdzekering minimaal 40A zijn. Huishoudens en kleine kantoren zijn in Nederland standaard afgezekerd op 25A. Een aansluiting verzwaren kost geld. In sommige gevallen is het daarom beter om twee kleine omvormers op verschillende groepen aan te sluiten, dan één omvormer op een te zware groep. Voor grotere systemen zijn er omvormers met een drie fase aansluiting waarmee het vermogen gelijk wordt verdeeld over de drie fasen waardoor een lagere afzekering mogelijk is.

Bouwvergunning

In principe hoeft u voor het installeren van zonnepanelen geen vergunningen aan te vragen. Het ministerie van VROM heeft een korte lijst voorwaarden opgesteld waaraan het systeem moet voldoen. Gemeenten mogen geen aanvullende eisen stellen, zolang uw systeem aan deze regels voldoet:

 

  • De zonnepanelen moeten op het dak van het bouwwerk worden geplaatst.
    De zonnepanelen moeten bedoeld zijn voor de energie- of warmtevoorziening van het bouwwerk waarop het is geplaatst. Het is ook toegestaan om een zonnepaneel op een bouwwerk te plaatsen ten dienste van een ander op het perceel aanwezig bouwwerk. Zo is een zonnepaneel op een garage ook vergunningsvrij als het stroom opwekt voor de woning op hetzelfde perceel.Het paneel moet één geheel vormen met de installatie voor het opwekken van elektriciteit. Als dat niet het geval is, dan moet de installatie in het betreffende bouwwerk worden geplaatst.Komen de zonnepanelen op een schuin dak, dan geldt dat het zonnepaneel niet mag uitsteken en dus aan alle kanten binnen het vlak van het dak moet blijven; de hellingshoek van het zonnepaneel hetzelfde moet zijn als die van het dakvlak waarop het staat; de collector of het paneel in of direct op het dakvlak moet worden geplaatst.Komen de zonnepanelen op een plat dak, dan geldt dat: het zonnepaneel ten minste net zo ver verwijderd moet blijven van de dakrand als die hoog is. Is het hoogste punt van de collector bijvoorbeeld 50 centimeter, dan moet de afstand tot de dakrand(en) ook minimaal 50 centimeter zijn.
  • U bent particulier stroomverbruiker
    In praktijk salderen netbeheerders ook bij (kleine) bedrijven. Volgens de elektriciteitswet zijn ze hier echter nog niet toe verplicht. Er is een wijziging van deze wet in de maak. U levert netto niet meer dan 3000 kWh per jaar terug. Wettelijk hoeven netbeheerders niets te salderen als u meer dan 3000 kWh per jaar teruglevert. In praktijk gaan netbeheerders soepel met deze bovengrens om. De meeste netbeheerders salderen tegenwoordig tot 5000 kWh, anderen hanteren helemaal geen bovengrens. Ze lopen daarmee vooruit op de nieuwe elektriciteitswet.
  • – Het zonnepaneel mag niet geplaatst worden op een monument of in een door het Rijk aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht.
    Zie voor de meest actuele informatie de website van VROM.

Salderen

Het kan zijn dat de stroom die door uw zonnepanelen wordt opgewekt, niet (geheel) door u gebruikt wordt. U bent bijvoorbeeld niet thuis en de zon schijnt. Deze niet door u gebruikte stroom wordt niet opgeslagen, maar geleverd aan het openbare elektriciteitsnet. Uw elektriciteitsleverancier is verplicht de door u aan het net geleverde stroom te verrekenen met de stroom die u afneemt van het elektriciteitsnetwerk, op de momenten dat u meer stroom gebruikt dan de panelen opwekken. Deze verrekening heet ‘salderen’. Toepassing van deze salderingregeling is aan bepaalde voorwaarden verbonden:

Om te kunnen salderen moet uw elektriciteitsmeter registreren hoeveel u levert aan het net en hoeveel u afneemt van het net. Uw netbeheerder is verplicht om ervoor te zorgen dat u daarvoor een geschikte meter heeft. Zo’n meter noemt men een teruglevermeter. Als u nog geen geschikte meter heeft, vraagt Deltaduurzaam die voor u aan bij uw netbeheerder.

Als u een draaischijfmeter heeft, wordt  er automatisch gesaldeerd. De draaischijf draait dan namelijk gewoon terug. In dat geval is er geen teruglevermeter nodig.

Hoe werkt een zonnepaneel?

De meest gangbare zonnepanelen bestaan uit een aantal rijen vierkante zonnecellen op een witte ondergrond. De zonnecellen zijn gemaakt van twee dunne lagen silicium. Licht valt op de bovenste laag, waarbij de fotonen (lichtdeeltjes of -golfjes) uit het silicium een elektron vrijmaken. Dit elektron wordt direct opgevangen in de onderliggende laag silicium. Tussen de twee lagen silicium is dan een spanningsverschil ontstaan waarbij de onderste laag een negatieve lading heeft ten opzichte van de bovenste laag.

Als we nu met een stroomdraad de twee lagen silicium met elkaar verbinden, gaan de elektronen uit de onderste laag door de stroomdraad terugstromen om het spanningsverschil op te heffen. In een normale cel is dat spanningsverschil minder dan 1 Volt. Voor nuttig gebruik is meestal een hogere spanning nodig. In een zonnepaneel wordt de negatieve kant van de cel daarom verbonden met de positieve kant van de volgende cel. Door deze serieschakeling bouwt de spanning zich per cel steeds verder op. Een zonnepanelen van 60 cellen kan daardoor een spanningsverschil van rond de 35 Volt opbouwen. De hoogte van de spanning kan veranderen onder invloed van verschillen in de lichtinval. De onderste laagjes van de cellen krijgen echter nooit een positieve lading ten opzichte van de bovenste lagen: de opgewekte spanning is dus gelijkspanning.

Verschillende technieken

Er bestaan verschillende soorten technieken om zonlicht om te zetten in elektrische spanning. De meeste gebruikte technologie is hierboven beschreven; kristallijn silicium. Er zijn twee manieren om silicium zonnecellen te maken: met behulp van monokristallijn (mono-Si) of polykristallijn (poly-Si) silicium.

Monokristallijne cellen worden gemaakt uit een lingot (staaf) silicium waarvan de moleculestructuur één ononderbroken kristal vormt. Omdat de lingots rond zijn, hebben monokristallijne cellen meestal rond hoekjes.

Polykristallijne cellen worden gemaakt uit silicium waarvan de kristalstructuur onderbroken is. Theoretisch is het rendement van polykristallijne cellen minder hoog. Het verschil doet zich echter vooral gelden bij directe zoninstraling, wat in Nederland relatief minder vaak voorkomt. Omdat polykristallijne cellen perfect vierkant kunnen worden gemaakt, kunnen ze het oppervlak van een zonnepaneel effici√ęnter bedekken dan monokristallijne cellen. Het rendement van poly- en monokristallijne zonnepanelen is daarom per saldo gelijk. Beide technieken worden wereldwijd dan ook ongeveer in gelijke volumes¬†geproduceerd.

Het verschil tussen mono-en polykristallijn is tegenwoordignauwelijks meer te zien. Belangrijkste verschil zijn de afgeronde
hoekjes van monokristallijne cellen.

Sinds enige jaren is het gebruik van zogenaamde dunnefilmtechnologie sterk in opkomst. In feite is de term een verzamelnaam voor verschillende niet-kristallijne zonnepanelen. Een belangrijke techniek is amorf silicium (a-Si), waarbij het silicium niet of slecht zeer gedeeltelijk een kristalstructuur heeft. Het voordeel van deze techniek is dat de laagjes silicium veel dunner kunnen worden gemaakt, en dat in de productie met relatief lage temperaturen wordt gewerkt. Amorf silicium is daarom goedkoper. Nadeel is echter dat het rendement nog achterblijft bij dat van kristallijn silicium.

Schakeling in serie

Een zonnepanelen levert meestal een spanning van enkele tientallen Volts. Om elektrische energie via stroomkabels te vervoeren, is het echter verstandig hogere voltages (spanningen) te gebruiken. Bij een hoge spanning gaat er minder energie verloren.

Om die reden is het gebruikelijk zonnepanelen onderling in serie te schakelen. Ieder paneel geeft zijn spanning als het ware door aan het volgende, die er zijn eigen spanning aan toevoegt. Een serie van tien panelen kan zo een spanning van honderden volts opbouwen.

Gelijkstroom gedraagt zich anders dan¬†wisselstroom. Als een eenmaal gesloten gelijkstroomcircuit wordt onderbroken kan een zogenaamde ‚Äėvlamboog‚Äô ontstaan, die het stroomcircuit instant houdt. Een filmpje van een duidelijk zichtbare vlamboog in een elektrisch verdeelstation is te vinden op¬†Youtube.

Omvormer

De spanning die een systeem zonnepanelen levert is in de meeste gevallen niet direct geschikt voor gebruik. Allereerst zijn de meeste huishoudelijke apparaten gemaakt voor gelijkspanning ‚Äď hoewel een gewone gloeilamp ook prima brandt op gelijkstroom. Daarnaast zou het vervelend zijn als de fluctuaties in lichtinval doorwerkten in de aangesloten apparatuur. Zonnepanelen worden daarom doorgaans aangesloten op het lichtnet, dat een constante wisselspanning van 230 volt levert. De zonnestroom vormt dus een aanvulling op de stroom uit het lichtnet ‚Äď en andersom.

Om op het lichtnet te worden aangesloten moet de gelijkspanning worden omgezet in¬† een constante wisselspanning van 230 volt. Dit gebeurt in een omvormer. De omvormer zet de gelijkspanning eerst om in een sinusvormige wisselspanning. Deze wisselspanning wordt vervolgens getransformeerd naar een spanning die iets boven de lokale netspanning ligt. Dit om te zorgen dat de zonnestroom daadwerkelijk in het net wordt ‚Äėteruggeleverd‚Äô.

MPP-tracker

Een belangrijke functie van de omvormer is het bepalen van de maximale verhouding tussen stroom en spanning, het Maximal Power Point (MPP). Een gewoon zonnepaneel bouwt bij helder weer een openklemspanning (Voc). op van ongeveer 35 volt. Bij gesloten circuit neemt deze spanning echter af, afhankelijk van de weerstand van de aangesloten apparatuur. Apparatuur met een erg lage weerstand kan dus weliswaar een hoge stroom trekken, maar de spanning neemt dan zo sterk af dat het geleverde vermogen (immers het product van stroom en spanning) niet veel meer voorstelt. De optimale verhouding tussen stroom en spanning is voor elk type paneel verschillend, en wordt in een grafiek weergegeven.  Een goede omvormer weet dit MPP snel te vinden. Sommige omvormers zijn tegenwoordig uitgerust met meerdere MPP-trackers, waardoor systemen met verschillende orientatie of hellingshoek toch op één omvormer kunnen worden aangesloten

Montage van zonnepanelen

Bij het monteren van zonnepanelen is het belangrijk te letten op mogelijke schaduwen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De zon staat elk jaar maar twee keer per jaar om dezelfde tijd op dezelfde plek. Op deze pagina leggen we iets meer uit over schaduw, en wat de invloed ervan is op een systeem zonnepanelen.

Waarom is schaduw een probleem?

Zonnepanelen werken in principe op elk soort licht. Het vermogen dat de zonnepanelen daarmee  opwekken is echter sterk afhankelijk van de intensiteit van het licht dat erop schijnt. Op een heldere dag in de zomer kan de intensiteit van het zonlicht waarden bereiken van 1000 Watt per vierkante meter. Op een donkere, bewolkte dag is dat soms maar 150 Watt per vierkante meter. Het spreekt dus voor zich dat we direct zonlicht op een heldere dag zo goed mogelijk willen opvangen. Het lijkt dan logisch om een zo groot mogelijk dakoppervlak te bedekken met zonnepanelen. Toch is dat niet altijd een goede keus.

De zonnepanelen van één systeem worden in een aantal series geschakeld. Dat betekent dat de spanning die een paneel opwekt, door volgende panelen wordt versterkt voordat het circuit uiteindelijk bij de omvormer wordt gesloten. Als het circuit gesloten is, gaat van het ene paneel naar het volgende een stroom lopen. Na het laatste paneel komt die stroom in de omvormer die de elektrische energie omzet voor het elektriciteitsnet.

Als nu op één plek de elektronen niet doorstromen, zal dat de stroom in de hele serie als het ware tegenhouden. Zoals één opstopping op de snelweg al het verkeer tegenhoudt. Dat is precies wat er gebeurt als een (deel van een) zonnepaneel door schaduw bedekt wordt.

Als de stroom op één plek helemaal geblokkeerd wordt, bijvoorbeeld doordat een deel van een zonnepaneel is afgeplakt met ondoorzichtig tape, dan bouwt zich daar een spanning op die uiteindelijk zelfs schadelijk kan zijn voor een zonnepaneel. Zo ver komt het gewoonlijk niet bij schaduwen van bijvoorbeeld schoorstenen of bomen. Maar het is goed om te weten dat invloed van schaduw niet rechtevenredig is met de grootte van de schaduw: een schaduw van 20% kan al snel een opbrengstvermindering teweeg brengen van 60%.

Hoe weet ik waar schaduw valt?

De zon staat elke minuut van de dag op een andere plek, en volgt elke dag van het jaar een andere baan. Het is dus niet altijd eenvoudig om te voorspellen waar schaduwen precies terechtkomen, en hoeveel invloed ze hebben op de opbrengst.

Een eerste indicatie van het schaduwgebied is te vinden door de twee uiterste grenzen in het jaar te berekenen. Op de langste dag van het jaar, 21 juni, volgt de zon de hoogste baan langs de hemel. Om 12:00 staat hij op zijn hoogste punt, waarbij de zonnestralen een hoek van 61 graden maken met de aarde. Schaduwen zijn dan kort: een object van 1 meter hoog maakt slechts een schaduw van 54 centimer.

Op de kortste dag van jaar, 22 december, staat de zon het laagst aan de hemel. Om 12:00 uur ’s middags maakt de zon dan een hoek van slechts 15 graden met de aarde. Dat betekent dat de schaduw van een object van 1 meter hoog ongeveer 3,7 meter naar het noorden wijst.
In de diagram hiernaast zijn deze uiterste schaduwgrenzen schematisch weergegeven. Let op:

Als de stroom op één plek helemaal geblokkeerd wordt, bijvoorbeeld doordat een deel van een zonnepaneel is afgeplakt met ondoorzichtig tape, dan bouwt zich daar een spanning op die uiteindelijk zelfs schadelijk kan zijn voor een zonnepaneel.

Schaduw van zonnepanelen op elkaar

Op platte daken monteren we zonnepanelen bij voorkeur op schuine standaards. Daarbij moet voorkomen worden dat de schaduw van de voorste rij de achterliggende rij be√Įnvloedt. In de winter als de zon laag aan de hemel staat, zal de schaduw van de voorste rij langer zijn dan 3,7 maal zijn eigen hoogte.

Ook telefonisch bereikbaar voor advies!

Zeven dagen in de week persoonlijk advies van onze adviseurs bel ons en wij beantwoorden uw vragen op tel 050-2069100.  Van maandag tot vrijdag van 08.00 uur tot 22.00 uur en in het weekend van 9.00 uur tot 17.00 of mail ons.